4.1  Cultuurlandschap

4.1.1 Landschappen

Op basis van de methodiek die in § 2.3.1 is beschreven, heeft een waardering plaatsgevonden. De scores die dit opleverde zijn vervolgens in drie klassen ingedeeld: hoog, gemiddeld en laag. We beschrijven de waardering hier per waarderingsklasse en niet per (landschaps)type (zoals in § 4.2 voor de stedenbouw) omdat het soms om erg veel verschillend gewaardeerde deelgebiedjes per landschapstype gaat. In totaal hebben we voor Assen 321 vlakken onderscheiden.

 

Hoge waarde

De hoog gewaardeerde gebieden zijn grote delen van het beekdal van de Drentsche Aa en aangrenzende jonge ontginningen, het Geelbroek, het Dijkveld, de jonge ontginning bij Ter Aard, de jonge ontginning Zeijerveld, enkele pingoruďnes ten noorden van de bebouwde kom, het heide- en stuifzandgebied bij Baggelhuizen, een deel van het Pelinckbosch, de pingoruďne bij Witterzomer, het Witterveld, essen in de omgeving van Loon en Schieven, de heideontginningen rond Loon, het nog resterende deel van het Kloosterveen en de heideontginning rond Witterzomer. Hier is de landschappelijke structuur van voor 1850 of de structuur ten tijde van de ontginning daarna nog gaaf bewaard gebleven. Samen vormen zij de ‘kerncollectie’ van het cultuurlandschap van Assen. Wat opvalt, is dat het Drentsche Aa-gebied met uitzondering van enkele stukken vrijwel volledig in de hoogste categorie valt. Dat geldt ook voor het gebied ten zuidwesten van de bebouwde kom en ten noordwesten ervan.

 

Gemiddelde waarde

In de categorie ‘gemiddeld’ zijn gebieden gevat die weliswaar nog een agrarisch karakter hebben, maar waarvan de structuur aanzienlijk is veranderd. Het gaat hier om de omgeving van Pittelo’s Wijk, de hele heideontginning ten noorden van de bedrijventerreinen Peelerpark en Messchenveld, enkele kleine deelgebieden in het Drentsche Aa-gebied, de Westerkamp, de omgeving van het Witterdiep, de heideontginning tussen Ter Aard en het Zeijerveld, de es van Anreep en de ontginning De Haar. Op objectniveau kunnen hier uiteraard wel hogere waarden voorkomen, zoals de pingoruďnes in de heideontginningen.

 

Lage waarde

De laatste categorie ‘laag’ bevat merendeels gebieden die weliswaar niet zijn bebouwd, maar wel grootschalig zijn aangepast voor nieuwe functies. Dat geldt onder meer voor de zandwinningsplas bij Ubbena, de recreatieplas Baggelhuizen bij Witten, de golfbaan tussen Kloosterveen en Zeijerveld en het militair oefenterrein De Haar in het Laaghaler Groenland. Weliswaar is de mate van verandering verschillend (een afgraving is ingrijpender dan een inrichting als oefenterrein), maar toch menen we dat de gebieden te zeer veranderd zijn om nog meer dan een lage waarde te krijgen. Datzelfde geldt voor de verdwenen strubben van Rhee.

In deze categorie hebben we ook bebouwde gebieden opgenomen, die buiten de bebouwde kommen van Assen en Loon vallen. Het betreft dan het TT-circuit. Dit circuit heeft weliswaar een hoge sociaal-historische waarde, maar geen cultuurhistorische waarde in ruimtelijke zin. Daarvoor is wat er aan materiaal te vinden is te weinig interessant.

Niet gewaardeerd

In de categorie ‘niet gewaardeerd’, waarbij we nadrukkelijk alleen uitspraken doen over de cultuurlandschappelijke waarde en niet over de stedenbouwkundige of historisch-bouwkundige waarde, hebben we de volledige bebouwde kom van Assen gevat, alsmede de uitbreidingswijk van Loon. De gebieden zijn zozeer volgebouwd dat zij niet meer het landelijke karakter vertegenwoordigen dat zij eertijds hadden. Uiteraard zal dit vanuit een historisch-stedenbouwkundige blik verder worden genuanceerd (zie § 4.2). De niet-gewaardeerde toestand van de bebouwde kom is alleen aanwezig in het GIS en op de opgemaakte kaart niet zichtbaar.

 

4.1.2 Historische gehuchten

De historische gehuchten hebben we in drie gradaties gewaardeerd.

 

Hoog

De hoogste waardering hebben we toegekend aan de kernen Loon, Ter Aard, Rhee, Anreep en Witten. Hier zijn bijzondere concentraties aan historische kwaliteiten aanwezig en is de historische sfeer goed herkenbaar.

 

Gemiddeld

Een gemiddelde waardering hebben we gegeven aan de kernen Ubbena en Schieven. In de kern Ubbena, die oorspronkelijk bestond uit slechts één boerderij of woning met bijbehorende structuren is weliswaar nog historische bebouwing aanwezig, maar de infrastructurele setting is zo sterk gemoderniseerd dat de waarde niet meer hoog is. In Schieven is het landschap nog fraai, maar is de historische bebouwing verdwenen.

Laag

Laag scoort het gehucht Amelte, dat uit één erf bestond en nu van de historische locatie verdwenen is.

 

4.2  Stedenbouw

4.2.1 Criteria

Bij de waardering van de stedenbouwkundig samenhangende eenheden op wijkniveau is – conform de ‘Handleiding selectie en registratie jongere stedebouw en bouwkunst’ van de RCE (1991)

– vooral gelet op de volgende aspecten:[1]

 

-  de betekenis van een gebied voor de specifieke ontwikkelingsgeschiedenis van Assen en zijn bijdrage aan het verhaal en de identiteit van Assen;

 

-  de ruimtelijke relatie van een gebied met de landschappelijke omgeving en met de stedelijke hoofdstructuren: water, historische linten, groen en hoofdwegen;

 

-  de herkenbaarheid/gaafheid van een specifiek stedenbouwkundig concept in een gebied;

 

-  de ruimtelijke en esthetische kwaliteit van een gebied als samenhangende ontwerpeenheid: het structuurbeeld van het wegenpatroon en de verkaveling, het ruimtebeeld van de bebouwing en de openbare ruimte;

 

-  de mate waarin een gebied bestand is gebleken tegen de veranderingen in de tijd of aan slijtage onderhavig is geweest, en waarin toevoegingen en vervanging een nieuwe waarde aan het ruimtelijk geheel hebben toegevoegd.

 

4.2.2 Gebiedswaardering

Bij de waardering is vervolgens onderscheid gemaakt tussen gebieden met een hoge, een gemiddelde en een lage waarde. Elke gradatie heeft op de kaart een eigen kleur. Op deze wijze is voor de bebouwde kom van Assen in drie kleuren aangegeven welke samenhangende deelgebieden vanuit een cultuurhistorisch-stedenbouwkundige invalshoek in meer of mindere mate waardevol zijn. De definitie van de gehanteerde kleuren is als volgt:

 

-  rood: hoge waarde

Betreft gebieden die van belang zijn voor de geschiedenis van de stedenbouw in het algemeen en de ontwikkeling van Assen in het bijzonder en/of met een hechte relatie met de historische en landschappelijke hoofdstructuren en/of met een herkenbaar en gaaf bewaard gebleven stedenbouwkundig concept en/of met een bovengemiddelde ruimtelijke kwaliteit in de samenhang tussen bebouwing, openbare ruimte en beplanting. De kleine schaal van de directe woonomgeving en de grote schaal van de stad en het landschap zijn mooi met elkaar verweven door de manier waarop verkaveling en hoofdstructuur elkaar versterken. Hiërarchie in de ruimtelijke opbouw zorgt voor verbindingen tussen het kleine en het grote schaalniveau.

 

-  geel: gemiddelde waarde

Betreft gebieden die van enig belang zijn voor de geschiedenis van de stedenbouw in het algemeen en de ontwikkeling van Assen in het bijzonder en/of met enige relatie met de historische en landschappelijke hoofdstructuren en/of met een redelijk herkenbaar c.q. gaaf bewaard gebleven stedenbouwkundig concept en/of met een gemiddelde ruimtelijke kwaliteit in de samenhang tussen bebouwing, openbare ruimte en beplanting. De hiërarchie en het ruimtelijke verband tussen de kleine schaal van de woonomgeving en de grote schaal van de stad en het landschap zijn in potentie aanwezig of nog herkenbaar, maar aangetast.

 

-  Groen: lage waarde

Betreft gebieden die van weinig belang zijn voor de geschiedenis van de stedenbouw in het algemeen en de ontwikkeling van Assen in het bijzonder en/of zonder relatie met de historische en landschappelijke hoofdstructuren en/of met een onduidelijk c.q. aangetast stedenbouwkundig concept en/of met een lage ruimtelijke kwaliteit in de samenhang tussen bebouwing, openbare ruimte en beplanting. De hiërarchie en het ruimtelijke verband tussen de kleine schaal van de woonomgeving en de grote schaal van de stad en het landschap was bij aanvang afwezig of is later verloren geraakt.

De gemeente Assen richt zich bij de vaststelling enkel op gebieden ouder dan vijftig jaar omwille van de gewenste afstand in de tijd. Omdat de waardering zich uitstrekt over de volledige bebouwde kom en dus doorloopt tot aan de huidige tijd, is op de waarderingskaart een leeftijdsgrenslijn opgenomen die bij benadering de stadsontwikkeling tot ca. 1965 aangeeft. Deze grens is grofweg gelegd tussen de legenda-eenheden CIAM verkaveling en woonerven, en is verder verfijnd op basis van topografische kaarten uit 1960 en 1970.